Brandstofprijzen België april 2026: benzine, diesel, mazout en aardgas onder druk
Wie in België tankt of zijn woning verwarmt, voelt het opnieuw meteen in de portefeuille. Op 7 april 2026 blijft het prijsniveau voor benzine, diesel, mazout en aardgas hoog. Voor automobilisten is vooral diesel bijzonder pijnlijk geworden. Voor gezinnen met een gascontract of een mazouttank is de onzekerheid minstens even groot. De combinatie van geopolitieke spanning, hogere olieprijzen, dure groothandelsmarkten voor gas, belastingen en het Belgische maximumprijssysteem zorgt ervoor dat energie opnieuw een zware kost wordt.
Onderstaande stand van zaken is gebaseerd op de actuele Belgische prijsdata van Pakawi, aangevuld met officiële informatie van de FOD Economie, de CREG en de U.S. Energy Information Administration (EIA). Zo krijg je niet alleen de prijzen van vandaag, maar ook de bredere context: waarom energie zo duur blijft, waarom de overheid niet zomaar alles verlaagt en hoe hard dit binnenkomt bij gewone gezinnen.

Actuele brandstofprijzen in België op 7 april 2026
Volgens Pakawi gelden de onderstaande officiële maximumprijzen sinds 4 april 2026. Pakawi vermeldt daarnaast de laagste waargenomen pompprijzen per provincie, laatst gesynchroniseerd op 6 april 2026. Dat is belangrijk: het officiële maximum is niet altijd wat je effectief betaalt, want sommige stations zitten daar duidelijk onder.
| Product | Officiële maximumprijs | Laagst gevonden prijs volgens Pakawi |
|---|---|---|
| Euro Super 95 E10 | € 1,9010 per liter | Vanaf € 1,7350 per liter |
| Super Plus 98 E5 | € 1,9840 per liter | Vanaf € 1,8740 per liter |
| Diesel | € 2,3210 per liter | Vanaf € 2,1610 per liter |
| Mazout / huisbrandolie vanaf 2000 liter | € 1,6063 per liter | Geen provinciale vergelijking beschikbaar |
| LPG | Geen officieel maximum getoond op Pakawi | Vanaf € 0,9140 per liter |
Voor gezinnen en pendelaars spreken die cijfers boekdelen. Een tankbeurt van 50 liter Euro Super 95 E10 aan het officiële maximum kost ongeveer € 95,05. Voor 50 liter diesel loopt dat op tot ongeveer € 116,05. Een levering van 2000 liter mazout komt uit op ongeveer € 3.212,60. Dat zijn bedragen die voor veel huishoudens niet meer “normaal” aanvoelen, maar een aanslag op het maandbudget betekenen.
En hoe zit het met de gasprijs in België?
Bij aardgas ligt het anders dan bij benzine, diesel of mazout. Er is in België geen eenvoudige nationale dagprijs die voor iedereen gelijk is. Wat een gezin betaalt, hangt af van het contracttype, de leverancier, het gewest, de netkosten, de energiecomponent en de belastingen. Daarom is de situatie op de aardgasmarkt minder zichtbaar aan de straatkant, maar ze is wel degelijk verslechterd.
De CREG meldde op 3 april 2026 dat de gemiddelde stijging van de energiecomponent voor aardgas in april 40,58% hoger ligt dan in maart 2026. Volgens diezelfde analyse betekent dat dat de jaarfactuur voor aardgas ongeveer 24% hoger kan uitvallen. De regulator geeft zelfs mee dat een gemiddeld huishouden dat in april een nieuw vast contract afsluit, zijn voorschot voor aardgas best met ongeveer € 30 per maand verhoogt.
Dat maakt de situatie voor gas bijzonder pijnlijk: de prijs zit minder zichtbaar verstopt in voorschotten, afrekeningen en contractformules, maar de financiële schok is voor veel gezinnen wel degelijk reëel.

Waarom zijn brandstofprijzen, olieprijzen en gasprijzen zo hoog?
De hoge prijzen hebben niet één oorzaak. Het gaat om een optelsom van internationale marktspanningen, Belgische prijsformules en fiscale lasten.
1. De olieprijs is opnieuw opgelopen
De Belgische pompprijzen volgen niet alleen de prijs aan het tankstation, maar vooral de internationale noteringen van geraffineerde producten. De onderliggende olieprijs blijft dus cruciaal. De meest recente dagelijkse spotdata van de U.S. Energy Information Administration, gepubliceerd op 1 april 2026, tonen voor Brent-olie uit Europa een prijs van 121,88 dollar per vat op 30 maart 2026. Dat is een hoog niveau en vertaalt zich snel in duurdere benzine, diesel en huisbrandolie.
2. Geopolitieke onrust jaagt ook aardgas en elektriciteit hoger
De CREG koppelt de prijsstijgingen in april 2026 expliciet aan de geopolitieke situatie en aan het conflict in het Midden-Oosten dat eind februari 2026 escaleerde. Zodra de energiemarkten onrust ruiken, stijgen de premies op olie, gas en vaste contracten. Leveranciers bouwen meer risico in, waardoor ook Belgische gezinnen de rekening gepresenteerd krijgen.
3. België werkt met een maximumprijssysteem, maar dat maakt brandstof niet goedkoop
Volgens de FOD Economie berekent België dagelijks maximumprijzen voor aardolieproducten op basis van de programma-overeenkomst tussen de Belgische Staat en Energia. In die prijs zitten onder meer:
- de internationale noteringen van geraffineerde producten op de Rotterdamse markt;
- transportkosten, verzekering en logistiek;
- de distributiemarge;
- wettelijke bijdragen zoals ASEVA, BOFAS en voor bepaalde verwarmingsproducten ook de bijdrage voor het Sociaal Verwarmingsfonds;
- accijnzen;
- 21% btw.
Dat is een cruciaal punt: ook wanneer de overheid een maximumprijs oplegt, blijft een groot deel van de prijs afhankelijk van marktprijzen en vaste heffingen. Een maximumprijs is dus geen lage prijs, maar vooral een bovengrens.
4. Diesel blijft extra gevoelig
Dat diesel vandaag boven benzine noteert, is geen detail. Diesel is gevoelig voor internationale vraag vanuit transport, industrie en logistiek. Zodra raffinagecapaciteit of aanvoer verstoord raakt, schiet diesel vaak sneller omhoog dan benzine. Dat maakt vooral bestelwagens, pendelaars en zelfstandigen kwetsbaar.
Waarom grijpt de overheid niet harder in?
Die vraag leeft sterk, maar het eerlijke antwoord is dat de Belgische overheid al ingrijpt, alleen niet op een manier die de volledige prijs wegdrukt.
België heeft al jaren een maximumprijssysteem voor de meest gebruikte petroleumproducten. Dat is op zich al een vorm van marktinterventie. Daarnaast bestaan er nog andere beschermingsmechanismen, zoals het sociaal tarief voor energie voor bepaalde rechthebbenden, het Sociaal Verwarmingsfonds voor verwarming met stookolie of propaan, en zelfs systemen voor gespreide betaling van de stookoliefactuur.
Waarom voelt dat dan toch onvoldoende? Omdat de overheid de internationale olie- en gasmarkten niet controleert. België importeert energie en de binnenlandse prijsformules vertrekken net van die internationale noteringen. Een brede, permanente prijsverlaging door de overheid zou dus neerkomen op fors lagere accijnzen, btw-aanpassingen of zware subsidies. Dat zou begrotingsmatig veel kosten en zou bovendien telkens opnieuw moeten worden verlengd zolang de markten hoog blijven.
Analyse op basis van de officiële prijsstructuur: de overheid kan de pijn tijdelijk dempen, maar ze kan de dure importenergie niet zomaar goedkoop maken zonder zelf de factuur over te nemen. Daarom kiest ze eerder voor plafonds, sociale correcties en gerichte steun dan voor een algemene, permanente prijsverlaging voor iedereen.
Hoe hard komt dit binnen bij gewone mensen?
Voor veel gezinnen is dit geen economische discussie, maar een dagelijkse rekensom. Wie met de auto naar het werk moet, ziet transportkosten meteen oplopen. Wie op mazout verwarmt, moet vaak in één keer duizenden euro’s neertellen. Wie aardgas heeft, voelt de stijging via hogere voorschotten en onaangename afrekeningen.
Dat treft vooral:
- gezinnen met een beperkt maandbudget;
- mensen op het platteland die afhankelijk zijn van de auto;
- huurders en eigenaars van oudere woningen met slecht isolatieniveau;
- gezinnen die nog op mazout of propaan verwarmen;
- zelfstandigen en kleine ondernemingen met hoge mobiliteitskosten.
Bij mazout is de klap extra hard omdat de kost vaak geconcentreerd zit in een levering van 1000 of 2000 liter. Zelfs als de prijs per liter niet op het hoogste niveau ooit staat, is de totale factuur voor veel gezinnen simpelweg te groot om vlot te dragen. Dat verklaart waarom instrumenten zoals gespreide betaling en het Sociaal Verwarmingsfonds in de praktijk zo belangrijk blijven.

Wat betekent dit voor de komende weken?
Op korte termijn blijft de energiemarkt erg nerveus. Zolang de geopolitieke spanningen aanhouden en Brent-olie op een hoog niveau blijft, is er weinig reden om een snelle, structurele daling van benzine, diesel of mazout te verwachten. Ook voor aardgas is het signaal onrustwekkend: de CREG ziet begin april nog altijd stevige stijgingen in de energiecomponent van nieuwe contracten.
Wie vandaag tankt of bestelt, doet er dus goed aan om prijzen te vergelijken waar mogelijk. Zeker bij benzine en diesel tonen de Pakawi-cijfers aan dat er nog altijd een merkbaar verschil kan zitten tussen het officiële maximum en de laagste pompprijzen per provincie. Voor aardgas en elektriciteit blijft contractvergelijking via de CREG-instrumenten of erkende vergelijkers essentieel.
De huidige situatie op de Belgische energiemarkt is helder maar hard: brandstof, mazout en aardgas zijn opnieuw duur, en de druk komt tegelijk van olie, gas, geopolitiek, belastingen en marktstructuren. De overheid grijpt wel degelijk in, maar vooral via maximumprijzen en gerichte sociale bescherming. Dat verzacht de schokken, maar neemt ze niet weg.
Voor gezinnen betekent dat één ding: energie blijft ook in april 2026 een van de zwaarste posten in het huishoudbudget. Zolang de internationale markten onrustig blijven, zal de vraag naar lagere prijzen groot blijven, maar het antwoord uit Brussel zal waarschijnlijk beperkt blijven tot demping, niet tot een echte terugkeer naar goedkope energie.
Bronnen
- Pakawi – actuele Belgische brandstofprijzen en officiële maximumprijzen
- FOD Economie – maximumprijzen aardolieproducten
- FOD Economie – officieel tarief van de aardolieproducten
- CREG – energieprijzen voor huishoudens, vaststellingen april 2026
- CREG – vergelijking van prijzen voor elektriciteit en aardgas
- FOD Economie – sociaal tarief voor energie
- FOD Economie – Sociaal Verwarmingsfonds
- FOD Economie – gespreide betaling van de stookoliefactuur
- U.S. EIA – Brent spotprijzen voor ruwe olie
